HET BENOR-MERK VOOR BOUWPRODUCTEN

Het BENOR-merk is een vrijwillig collectief merk van overeenkomstigheid

Het BENOR-merk is een gedeponeerd vrijwillig collectief merk van overeenkomstigheid dat eigendom is van het Bureau voor normalisatie (NBN). Het NBN heeft het beheer van het BENOR-merk toevertrouwd aan BENOR vzw, die op haar beurt het beheer in de diverse sectoren die voor één of meerdere producten in het BENOR-merk geïnteresseerd zijn toewijst aan sectorale organisaties (OSO).

Deze OSO treden zelf op als certificatie-instelling (OCI) of doen beroep op onafhankelijke certificatie-instellingen. Voor de organisatie en werking van de OSO is de norm NBN EN ISO/IEC 17067 van toepassing. Voor de werkzaamheden als OCI geldt dan weer de norm NBN EN ISO/IEC 17065. Accreditatie door BELAC op basis van NBN EN ISO/IEC is een nodige voorwaarde om in aanmerking te komen als OCI.

NBN en PTV gelden als technische basis van het BENOR-merk

Het BENOR-merk geeft in principe aan dat een product in overeenstemming is met een Belgische norm (NBN). Bij gebrek aan een dergelijke NBN of als aanvulling daarop kan de overeenstemming ook slaan op andere referentiespecificaties die door de OSO opgesteld worden als technische grondslag voor het BENOR-merk. Voor bouwproducten gelden aldus naast de NBN zogenaamde Technische Voorschriften (PTV) als grondslag van overeenstemming.

De NBN geven op het ogenblik dat ze worden aangenomen de regels van goed vakmanschap weer die gelden voor een bepaald product. PTV kunnen voor de bouwproducten waarop ze betrekking hebben net zoals NBN aanzien worden als regels van goed vakmanschap.

Producten die aan de prestatie-eisen van een NBN of PTV voldoen worden geacht gebruiksgeschikt te zijn in hun toepassingdomein van de bouw.

Het BENOR-merk is gesteund op productcertifcatie

De vergunning tot gebruik van het BENOR-merk voor een bouwproduct is steeds gesteund op productcertificatie. Deze certificatie houdt in dat:
  • de fabrikant als vergunninghouder van het BENOR-merk de doorlopende overeenstemming van zijn product waarborgt op basis van een industriële zelfcontrole
  • de certificatie-instelling als onafhankelijke partij op basis van een periodieke externe controle bevestigt dat er een voldoende mate van vertrouwen is dat de fabrikant de overeenkomstigheid van zijn product kan waarborgen
De industriële zelfcontrole heeft betrekking op de gebruikte grondstoffen en materialen, op het productieproces en op het eindproduct. Ook de meet- en proefuitrustingen van de fabrikant worden in de zelfcontrole betrokken. Met het oog op een optimale beheersing van deze controle worden aan de fabrikant ook elementen van een kwaliteitsmanagementsysteem opgelegd.

De periodieke externe controle heeft tot doel de geldigheid en betrouwbaarheid van de zelfcontrole na te gaan. Tijdens deze externe controle worden tevens monsternemingen verricht voor de uitvoering van controleproeven in een extern beproevingslaboratorium.

Vooraleer een nieuw producttype onder het BENOR-merk kan vervaardigd worden, dient de overeenkomstigheid desgevallend initieel bewezen te worden door typeproeven. Deze geschieden naargelang het geval door de fabrikant zelf onder toezicht van de OCI of in een extern beproevingslaboratorium.

In sommige sectoren voeren de OCI's de externe controle en/of de controleproeven zelf uit, andere geven deze opdrachten in onderaanneming aan keuringsinstellingen en/of beproevingslaboratoria waarvan de werking in overeenstemming is met de norm NBN EN ISO/IEC 17020 voor de keuringsinstellingen en NBN EN ISO/IEC 17025 voor de laboratoria.

Een nazicht bij levering onder het BENOR-merk is onontbeerlijk

De toekenning van een vergunning tot het gebruik van het BENOR-merk is vergezeld van de uitreiking van een BENOR-certificaat dat relevante informatie bevat over de vergunninghouder en het gecertificeerde product.

De effectieve levering van een bouwproduct onder het BENOR-merk kan worden nagegaan aan de hand van:
  • de BENOR-identificatie (o.a. het BENOR-logo) op het product zelf, op een verpakte hoeveelheid of op de begeleidende leveringsdocumenten naargelang het geval
  • het BENOR-certificaat
  • eventueel andere BENOR-documenten (BENOR-bijlage, BENOR-fiche, BENOR-cataloog).
Voor meer details aangaande het nazicht bij levering en de specifieke identificatieregels voor de verschillende BENOR-gecertificeerde bouwproducten, wordt verwezen naar de BENOR-OSO en OCI.

Ook bij twijfel over de levering onder het BENOR-merk of in het geval van klachten kan op de BENOR-OSO en OCI beroep worden gedaan.

Het BENOR-merk in de bestekken

Het BENOR-merk wordt gevaloriseerd door de bepalingen in de bestekken van de openbare bouwheren die de productcertificatie verkiezen boven de andere vormen van voorafgaande technische keuring van de te verwerken producten.

Dankzij het groeiende kwaliteitsbewustzijn in de bouw kent het BENOR-merk voor bouwproducten ook een groeiend succes op de private bouwmarkt en wordt in de private bestekken meer en meer voorgeschreven dat bouwproducten onder het BENOR-merk moeten geleverd worden.

De toepassing van de NBN en PTV voor bouwproducten is in België niet algemeen verplicht op basis van enige wet- of regelgeving in de bouw. Ook het BENOR-merk wordt niet door wet- of regelgeving opgelegd. Een fabrikant kiest vrijwillig voor het BENOR-merk om te voldoen aan de vraag uit de markt naar een onafhankelijke en betrouwbare bevestiging van de overeenkomstigheid van de bouwproducten met de geldende technische specificaties en van hun gebruiksgeschikheid in een specifieke toepassing.

De eerbiediging van de NBN en PTV voor bouwproducten en de levering van deze producten onder het BENOR-merk kan wel contractueel verplicht worden doordat de bouwheer dit op eigen initiatief in het bestek van de werken voorschrijft.

Rekening houdend met de Europese Richtlijn betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (2014/24/EU) mag het BENOR-merk in de bestekken voor openbare werken enkel voorgeschreven worden onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat andere merken met een aangetoonde gelijkwaardigheid tevens aanvaard worden. Deze evenwaardigheid moet uiteraard zowel aangetoond worden voor wat de technische specificaties als wat het certificatiesysteem betreft.